Ik sta in de winkel waar ze ook van die grote kromme worsten en tompoezen verkopen. Op zoek naar enveloppen om die ene brief nog even te versturen. In mijn zoektocht stuit ik op een heel lelijk groen met zwarte verpakking met schreeuwerige gele letters. Ik herkende het meteen van vroeger. Een wegwerpcamera.
Er kunnen 27 foto’s mee gemaakt worden, door een heel kleine opening kun je kijken wat je ongeveer op de foto zet, en met een beetje geluk heb je drie foto’s van wazige vingers en vier overbelichte. Perfect. Ik neem hem mee naar de kassa, vergeet natuurlijk de enveloppen, en kom nog een keer terug bij het kassameisje.
“Deze verkopen we echt bijna nooit meer”, zegt ze, terwijl ze de camera scant. “Grappig wel, vroeger had ik ook heel veel van deze.” Ik lach en twijfel of ik haar het hele verhaal ga vertellen. Of ik haar ga vertellen waarom hij perfect is.
Want die camera is voor mij meer dan een camera. Het is het tastbare product van iets wat zich al een aantal maanden in het diepst van mijn lichaam aan het vestigen is. Iets wat keihard binnenkwam, de eerste keer, en ook de tweede keer.
Zij weet niet van een paar maanden geleden. Toen mijn oudste beste vriend gediagnostiseerd werd met een ongeneeslijke vorm van hersenkanker. 28 jaar. En van vorige week. Toen mijn vader belde om te vertellen dat mijn zus borstkanker heeft. Met uitzaaiingen, in de lymfeklieren. 30 jaar.
Zij weet niet hoe erg ik gevloekt en gehuild hebt, en hoe boos en onmachtig ik me voelde. Beide keren. En zij weet ook niet, dat ik daardoor anders ben gaan kijken naar het leven.
Misschien heeft ze wel gehoord van de man die een weggeefwinkel beroofde. Of van de duizenden mensen in Turijn die gewond raakten omdat er een hek omviel op het plein, maar ze dachten dat er een bomaanslag gaande was. Misschien ziet zij ook dat angst en begeerte regeert. Angst voor wat er komen gaat, angst voor voldoen aan verwachtingen, begeerte om te voldoen aan verwachtingen.
En misschien heeft zij het ook wel moeilijk. Heeft ze ook veel stress. Wil ze ook steeds meer bereiken. Ik weet dat ik daar wel heel erg mee bezig ben, altijd. En daardoor staan we niet stil bij wat we al hebben. Genieten we niet van alles wat we nu kunnen doen.
In de angst voor wat er komen gaat, vergeten we de zekerheid van wat we nu hebben. In de angst voor wat je moet bereiken, verlaat de vrijheid van wat je al hebt bereikt je gedachten. Het kan zomaar ineens voorbij zijn, compleet anders zijn, en daarom moeten we juist nu genieten. Maar in plaats daarvan vinden wij het vanzelfsprekend, eigenlijk niet genoeg, willen we meer en raken we constant in conflict.
De vanzelfsprekendheid spreekt pas als de stilte van niet meer kunnen je lichaam overneemt.
Die wegwerpcamera staat voor mij symbool voor wat we al hebben. Voor hoe mooi het leven is, zonder het constant te willen verbeteren, zonder het te bewerken zodat het voor anderen mooier lijkt. Het is het leven, zoals het is. Een moment van geluk waar je naar terug kan kijken en van kan genieten.
Ik kijk naar de rij achter me, en lach nog eens naar het kassameisje. Ze wacht geduldig op mijn uitleg. “Het is weer eens wat anders dan Instagram”, vertel ik haar. “Mag ik pinnen?”

Wat vind je daar nou van?

Wat vind je daar nou van?
Vul hier je naam in